In ‘s-Hertogenbosch kwam eind 19e eeuw vanuit de burgerij veel verzet tegen de excessen van carnaval. Een herhaaldelijk verzoek om een gemeentelijk verbod van het feest strandde op het commercieel en sociaal belang. Toen in 1881 ook de geestelijkheid, bij monde van bisschop Mgr. A. Godschalk, er zich mee bemoeide was dat aanleiding voor enige Bosschenaren uit de gegoede middenstand om maatregelen te nemen ter bescherming van het volksfeest.

In café Plaats Roijaal, toen gevestigd in de straat Achter het Stadhuis, kwamen zij bijeen en smeedden een plan waarin iedereen zich zou kunnen vinden. Het doel was behoud van het feest door veredeling van het vermaak. Zij bedachten de formule van Oeteldonk. De, zeker toen, mondaine stad ‘s-Hertogenbosch zou voor drie dagen omgedoopt worden in het dorp Oeteldonk. Iedere inwoner van de stad werd dan boer of “durske” (dialect voor meisje of jonge vrouw) en aan het hoofd van de gemeente een ‘burgervaojer’ (Peer vaan den Muggenheuvel tot den Bobberd), die in 1882 voor het eerst groots werd ingehaald. Op 1 oktober van datzelfde jaar werd de Oeteldonksche Club opgericht om het initiatief uit te werken en te begeleiden.

Het jaar daarop (1883) voegde men een nieuw element toe, namelijk het bezoek van Z.K.H. Prins Amadeiro, Ricosto di Carnavallo, Ridder van het Reksam, Heer en Meester van Oeteldonk en deszelfs omliggende watervrije moerassen en zandwoestijnen enz. enz. enz. Een grote optocht met praalwagens begeleidde hem bij zijn intocht. Deze situatie is gebleven: ook nu ontvangt de Peer de Hoogheid nog steeds met alle egards op zondagochtend om 11.11 uur op Oeteldonk Centraol.

Please follow and like us:
Facebook
Twitter

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.